dinsdag 22 augustus 2017

Ditjes en Datjes


Geen heel verhaal vandaag.
Losse fragmenten.
We zijn naar de longarts geweest vanwege ademhalingsproblemen.
Na een aantal onderzoeken is er niets gevonden
Alleen de achtergebleven schade na 22 jaar roken
We zijn blij en niet blij.
Waar komt die benauwdheid toch vandaan.
Zelf heb ik me voor een nieuwe cursus opgegeven
Een computercursus die ik van de gemeente cadeau heb gekregen omdat ik vrijwilliger ben.
Pezi heet het en het is een nieuwe presentatie techniek i.p.v. Powerpoint.
Wie weet kan ik dit bij mijn creatieve uitingen implementeren, om het sjiek te schrijven.

Tot morgen.

maandag 21 augustus 2017

1337 kilometer op de bromfiets naar Zuid Frankrijk en terug.


Ik Publiceerde gisteren dit stukje op de facebookpagina van Suzuki 50cc waar ik lid van geworden was. Ik dacht dat ik het wel gewoon kon delen hier op mijn eigen faceboodpagina, maar helaas. Dan doe ik het nog maar een keer. Zo'n stukje delen gaat nog wel. Nog een keer deze barre tocht naar mijn zus toe dat zal ik nooit meer doen.

In 1977 op mijn suzuki die 33km p/u reed naar Zuid Frankrijk, waar mijn zus woonde. Wat een tocht, wat een regen, wat een kou, en daarna natuurlijk ook weer terug. Wat een ervaring. Terugkijken is leuk, maar ik voel bij wijze van spreken mijn achterwerk direct weer.

Vlak voordat ik naar Frankrijk ging had ik de voorganger van deze bromfiets in de prak gereden. Dat was er een die ik gekocht had met een vriend, tegelijkertijd met een bestelling voor surveillancemotoren. Grote voordeel, die waren allemaal nog standaard van de fabriek en liepen dik 90 km/u. Maar 2 dagen voordat ik dus naar Frankrijk ging kreeg ik van de verzekering zo'n ding rechtstreeks uit de winkel en die was ingehouden naar 33 km/u. Soms kwam je nauwelijks boven aan een berg en werd de motor ontzettend heet.
Soms moest ik het laatste stuk berg op lopen naast de volgeladen bromfiets. Nog zoiets stoms, omdat het zomer was dacht ik handschoenen zijn niet nodig, maar omdat het op de heenweg constant regende werden mijn handen toch ijskoud. En als je eenmaal door en doornat bent dan duurt het lang om op te warmen. Iedereen was verbaasd dat ik het in iets meer dan twee dagen gedaan heb, met twee hotelovernachtingen. Toch ben ik blij dat ik het gedaan heb. Een herinnering die ik nooit meer zal vergeten!

zondag 20 augustus 2017

Kop van Zuid

Een aantal jaar geleden
Toen mijn lief meer energie had
Hielden we een tour Rotterdam
Samen namen we ons toestel mee
om Rotterdam te ontdekken.
Hier zijn we op de Kop van Zuid
Vlak bij het fotomuseum, Hotel New York
Er ontstond een mooie fotoreeks
Hier een kijkje naar mijn mede fotograaf

donderdag 17 augustus 2017

Antwerpen


We waren vroeger lid van "Vrienden van het Stedelijk Museum" te Schiedam.
2 x Per jaar werden we uitgenodigd om een aantal musea te bezoeken.
Een museum in de open lucht en een onder een dak.
In 2007 gingen we naar Antwerpen
Naar het zilvermuseum Sterckshof en het Openluchtmuseum voor beeldende kunsten.
Dan werden we opgewacht door een gids die al pratend een rondleiding gaf.
Ik heb een aantal prachtige fotoreportages gemaakt.
Hierboven zien we een faun.
Mooi hé?
Helaas hield het op. Er waren te weinig aanmeldingen. We missen het nog steeds,

dinsdag 15 augustus 2017

Knipsels.


Jaren geleden maakte ik o.a. collages op A4 formaat. Klein werk dus. Daarnaast kocht ik een aantal uitgaves van Bres. Een magazine dat soms vreemde items had zoals over steden die in piramidevorm gebouwd zouden kunnen worden. Dit zou vele voordelen bevatten. Je kunt dit lezen in Google als je dit interesseert. kunstenaars en nog vele andere onderwerpen. Van de dubbele uitgaves knipte ik de plaatjes uit om deze later te gaan gebruiken. Alleen is mijn werk in wat groter formaat geworden. Dus zijn de mappen ergens beland en zo af en toe kwam ik deze tegen want weggooien is een taboe. Je weet maar nooit. Zo kochten we een tekentablet die op de computer aangesloten wordt en dan is het de bedoeling te gaan tekenen. Wat, is dan de grote vraag. Ik ging dus op zoek naar de map en deze knipsels zijn nu ingescand. Ik ben nog niet helemaal klaar, dat komt nog. Daarna ga ik een gedicht of zoiets opzoeken en ga dan kijken wat er uit mijn vingers komt rollen. Ik ben benieuwd.

maandag 14 augustus 2017

Rook



Midden in de nacht werd Guido wakker. Even was hij gedesoriënteerd; waar ben ik? Oja, schrijven op de berg in Spanje. Zijn cursusgenoten en de docente waren naar een straatfeest gegaan in een naburig dorp. Ze waren met een paar auto's vertrokken. Muziek op het plein, Spaanse steil, dacht Guido. Mij niet gezien. Ik ben blij dat ik niet hoef. Hij was als enige achtergebleven. 'Misschien blijven we wel slapen,' hadden ze gezegd. 'Als we teveel gedronken hebben.'
Zijn vrouw had hem voor die schrijfcursus, die in een eeuwenoud klooster werd gegeven, ingeschreven. Ze vond dat hij wat zelfstandiger moest worden. Een weekje zonder haar zou goed voor hem zijn. 'Dat zijn vast en zeker fatsoenlijke mensen, die daar aan meedoen. Dan ben je lekker creatief bezig. Op plat vermaak zitten we niet te wachten.' Guido, die niet zo nodig hoefde en liever thuis was gebleven, of anders, samen met zijn vrouw naar een badplaats was gegaan, had toch maar ingestemd. Zijn vrouw had de beslissing immers al genomen. Bovendien had ze natuurlijk gelijk. Hij was veel te afhankelijk van haar maar het idee dat zij voor hem had beslist wrong een beetje. Hij wist alleen niet waar precies. De reis had hij spannend gevonden. Normaal beheerde mamma, zoals hij zijn vrouw meestal noemde, de tickets en de paspoorten. Maar hij was wonderwel toch aangekomen.
Hij had gedroomd over barbecueën in de tuin. De geur van rook was heel duidelijk geweest. Hij keek op zijn iPhone hoe laat het was. 01:00 uur. Hij draaide zich om op zijn krakende springverenmatras. Warm was het. Overdag was het minstens 30 graden geweest en de warmte zat nog in de stenen. De deuren van zijn huisje had hij wijd open laten staan.
Er welde een onbenoembaar onbehagen in hem op. Iets was niet pluis. Ineens had hij het. Rook! Hij stond op en keek naar buiten. Brandde er iets in de verte? Een zwarte rookkolom wolkte de maanverlichte hemel in. Jeetje, dacht Guido, een bosbrand en kroop zijn bed weer in om verder te slapen, maar dat lukte niet. Guido dacht aan de vele bosbranden van de laatste tijd in heel Zuid Europa. Hij trok het laken over zijn hoofd en voelde het bonzen van zijn hart toenemen. Was ik maar all inclusieve naar Alanya gegaan, dacht hij. Klerezooi. Misschien moet ik 112 bellen of de beheerder wakker maken. Maar daar heb ik helemaal geen zin in. Dat vuurtje gaat wel uit en anders merkt iemand anders het wel op. Als ik alarm sla, gaan ze mij natuurlijk allemaal vragen stellen. Asjeblieft niet zeg.
"112, als iedere seconde telt." Guido werd verscheurd door tegenstrijdige gevoelens. Hij dacht aan de lieve paardjes die in de vallei achter een schrikdraadomheining stonden. En misschien zou het vuur het klooster wel bereiken, wie weet.
Kom, sprak Guido zichzelf toe, ik ben hier ook om zelfstandiger te worden, dus vooruit, niet zo angstig. Met lood in zijn schoenen liep hij naar het hoofdgebouw, ging naar binnen en klopte op de blauwe deurtjes. De blauwe deurtjes; daar mocht je alleen aankloppen als je iets wilde vragen aan de beheerder. Guido had dat nog nooit gedaan. Als hij iets nodig had wachtte hij gewoon totdat iemand anders het ging halen. Hij klopte nog maar een keer, nu wat harder. Jaap, Jaap, riep hij maar Jaap was er niet. Guido had aangenomen dat de beheerder achter de blauwe deurtjes woonde, maar dat was blijkbaar niet zo. Nu werd het nog moeilijker: hij was alleen in het klooster. Hij raapte wat hij nog over had van zijn moed bij elkaar en belde 112. De telefoniste, die ongetwijfeld vroeg of hij een ambulance, de politie of de brandweer nodig had, verstond hij niet maar hij regeerde in het Engels en zei tegen haar dat er een bosbrand op het punt van uitbreken stond, in de buurt van het klooster. De telefoniste zei nog wat onverstaanbaars. Gelukkig, dacht hij. Het gevaar is geweken. Wat zal mamma trots op me zijn dat ik zo kordaat gehandeld heb. Ik ga haar straks appen.
Guido, die aan winnen een haast nog grotere hekel had, dan aan verliezen dacht dat hij nu echt een soort winnaar ging worden. Tegen wil en dank. Maar dat liep anders.
Zijn medecursisten kwamen het terrein oprijden. 'Te gek feest!' riep Fred. 'Fantastische live muziek. Er was ook een enorme barbecue bij, maar die gasten hebben geen verstand van vuur maken, wat een rook zeg, niet normaal gewoon. Je hebt wat gemist, Guido.'
Ineens viel het kwartje.


Laaglander

zondag 13 augustus 2017

Hongertocht



'Ga de wagen uit en ga wat te eten zoeken,' had moeder gezegd. 'Ik moet Rigo de borst geven.'
Mariska had kleine Titi geholpen met aankleden, daarna waren ze met z’n vieren de woonwagen uitgegaan en gingen op pad.
Het was koud. Gelukkig hadden ze allemaal een lekker warm trainingspak. Ze stapten stevig door. Gisteren waren ze hier aangekomen, gestrand kan je beter zeggen. De auto had het weer eens begeven. Vader was hem nu aan het repareren.
Waar haal je zo gauw iets te eten vandaan, in deze verlatenheid? Ginds, tussen de kale bomen zagen ze een boerderij. Daar maar wat vragen, dacht Mariska. Toen ze vlak bij de boerderij waren gaven ze elkaar een hand. Dat had Moeder ze geleerd; vier brave kinderen die hand in hand lopen, dat vinden burgers schattig.
Er stond een hoog gaashek om het erf heen. Zag er niet erg gastvrij uit. Zal wel weer zo'n gierige boer zijn, daar had Mariska enorm de pest aan. Toch maar kloppen, wat moet je anders? Mariska bonsde op de deur. Geen reactie.
'Bij boeren moet je altijd achterom lopen,' zei Mario.
'Ja,' zei Mariska,' maar achter zit vaak een hond.' Ze hoorde geen hond blaffen. Achterom dan maar. De achterdeur van de boerderij was dicht. Het hondenhok stond open. De hond was in elk geval niet thuis. Kleine Nedjo rende naar het hok, kroop erin en begon te blaffen.
'Kefkef, woef woef ik ben de hond', riep hij. Mariska werd haast misselijk van woede.
'Kappen daarmee!,' riep ze. 'We moeten zo'n gierige boer niet kwaad maken!' Ze klopte nogmaals op de deur.
'Meneer, mevrouw', riep ze. De anderen vielen in: 'Meneer de boer, mevrouw de boerin, wij zijn arme kinderen met honger. Help ons alstublieft.' Zulk koorzang had in het verleden weleens gewerkt, maar nu kwam er geen reactie. Waar zouden de bewoners zijn?
'Misschien wel dood, zei Mario.
'Ja,' zei Nedjo, ze zijn vast dood. Wij gaan hier wonen.'
'Praat geen onzin,' zei Mariska. 'Ze zijn natuurlijk op het land. Laten we maar kijken of er hier iets te vinden is. Mario, jij gaat bij de poort op wacht staan. En roep me als er iemand aankomt, dan ga ik in die schuur kijken.' Mariska liep naar de schuur. Titi en Nedjo wilden meelopen. Maar dat vond Mariska geen goed idee. 'Ik ga alleen, jullie zijn daar nog te klein voor.'
'Ik ben groter dan Titi,' zei Nedjo.
'Ja, maar nog niet groot genoeg, mooi buiten blijven wachten en roepen als je iemand ziet'. Mokkend bleven de kleintjes achter. Mariska ging de schuur binnen. In de schuur was het schemerig, het rook naar dieren en hooi. Er klonk een zacht geritsel. Toen haar ogen aan het schaarse licht gewend waren, zag ze een rijtje konijnenhokken.
Even later kwam ze naar buiten met een groot, wit, spartelend konijn in haar armen.
'Wat een schatje' zei Nedjo,
'Wat een schatje,' kletste Titi hem na.
'Ik heb altijd al zo'n mooi, lief konijn willen hebben.' Zei Nedjo.
'Deze kunnen we niet houden. Deze eten we op,' zei Mariska. Ze zette hem op de grond en hield hem stevig vast bij zijn nekvel.
'Neehh, neehh,' huilden de kleintjes in koor.
'Hoe doet vader dat ook alweer, een klap achter zijn oren... Geef me die bijl eens aan.'
Mario was erbij komen staan. Ook zijn lipje begon te trillen.
'Nee hoor, dat is veel te zielig,' piepte hij.
'Kinderen met honger, is dat niet zielig dan!'
Plotseling stond er een grote man voor ze. Waar was die opeens vandaan gekomen?
'Wat doen jullie hier, voor den drommel,' baste hij.
Mario keek heel snel even naar Mariska.
'Ik heb dit konijn op de weg gevonden,' zei ze,' en ik dacht, die zal wel bij deze boerderij horen. Daarom kwam ik hem terugbrengen. Is hij van u?'
'Ja, dat is hij, wis en waarachtig.’ De boer keek haar even aan. ‘Die deugniet is al eerder ontsnapt. Wat een keurige kinderen zijn jullie trouwens, om hem terug te brengen.'
'Krijgen we nu een beloning?' vroeg Nedjo.
Mariska gaf hem een duw.
'Zeker en vast krijgen jullie een beloning. Geef me dat konijn even aan, dan ga ik kijken wat ik heb.’ De boer verdween met het konijn in de schuur. Gespannen wachtten de kinderen. Daar was hij weer.
Es even zien, een mandje appels, een worst en een brood, is dat goed?'
'Ja, meneer', zei Mariska. Dankuwel meneer.
Even later liepen de vier Sintikinderen terug naar de woonwagen, de mand tussen Mariska en Mario in.
'Wat waren dat voor kinderen?' vroeg de boerin, die net aan kwam lopen.
'Zigeunerkinderen, arm als de neten. Ze probeerden die witte te stelen. Ik heb ze maar wat te eten gegeven.'
'Daar heb je goed aan gedaan, man,' zei de boerin.



Laaglander

Nieuw verschijnsel



13-08-2017 01:21

Ik zit voor de derde maal deze week in de huiskamer. Ik kan niet slapen, ben benauwd, het lijkt alsof ik een riem om mijn borst heb, en die riem bemoeilijkt mijn ademhaling. Ik zit al een hele tijd niet lekker in mijn vel, en Els zei vandaag, en ook al eerder, waarom schrijf je er niet over, en waarom is het al zo lang geleden dat je een blogje schreef voor ons gezamenlijke blog Conceptuele Blog EdR? Dat is een goede vraag. Een deel van 't antwoord is dat ik niet gemakkelijk schrijf als ik depressief ben. Waarom ben ik depressief is dan automatisch de vraag die ik van mezelf moet beantwoorden? Ik voel me somber, verdrietig, soms alleen, en dat komt beslist niet door Els hoor, maar ik denk dat iedereen het gevoel wel kent dat ook al bevind je je midden tussen tienduizend anderen, je kunt je nog knap alleen voelen. Zo voel ik me dus nu ook. Zonder collega's, zonder vrienden, etc. etc. Lastig gevoel. Wil ik me zo voelen? Nee, natuurlijk niet.
Zelfs vandaag heb ik me gewoon door de natuurlijke gang van zaken heen geworsteld. Ik ben na het opstaan. de medicatie uitzetten, het ontbijt, het ontbijt voor Meisje gemaakt hebben en zorgen dat Els op tijd voor haar dienst bij de Wereldwinkel de deur uitging, naar het Sterrebos gegaan. Daar gezorgd dat Meisje alles deed wat een hondje betaamd, en daarna haar afgeleverd bij de Wereldwinkel, terwijl ik boodschappen ging doen voor de dag van vandaag, morgen en maandag. Alle door rituelen vastgestelde zaken heb ik naar redelijke tevredenheid afgewerkt.

Na de boodschappen en een bakkie thee met Els en haar collega in de WW kwam ik doodmoe thuis en ik was duizelig en benauwd, dus ben ik na een briefje voor Els naar bed gegaan, om hopelijk op te knappen. Een half uur later kwam Els thuis en we hebben samen 4 beschuitbollen met aardbeien gemaakt, die overigens verschrikkelijk lekker waren en al helemaal met op iedere aardbei een druppel Balsamico Azijn Siroop. Daarna ben ik nog anderhalf uur teruggegaan naar bed.

Ik wilde hiermee voorkomen dat ik te lang zou slapen, want overdag kan ik over gemakkelijk rustig vier uur slapen, omdat ik inmiddels al jaren volcontinu doodmoe ben.

Toch zit ik hier nu weer en schrijf warempel eindelijk een stukje.

Wat is thuiszitten met een auto immuunziekte en de verschrikkelijke na verschijnselen van Chemo en bestraling na Kanker toch verschrikkelijk. Mijn, onze wereld is ontzettend klein geworden. We zien weinig tot geen mensen meer, zien weinig tot geen buitenwereld meer, mijn incontinentie houd me tegen tot uitgaan en of reizen. Ik voel me niet echt zielig hoor, maar kom naast de boodschappen en de rondjes met Meisje nog maar tot weinig. Ik ben constant benauwd, wacht momenteel op onderzoeken, en de resultaten van andere onderzoeken, daarna krijg ik een pacemaker, omdat mijn hart sinds de chemo enorm veel overwerk doet door het boezemfibrilleren. Ik ben door de weinige activiteiten en de grote hoeveelheid ontstekingsremmers en andere medicatie te zwaar geworden en heb prompt diabetes opgelopen. Als dat voorbij is zullen zich andere mankementen vertonen en dus ook andere onderzoeken, en de daarbij behorende onzekerheid.

Van een zelfverzekerde man die goed was in zijn werk als opvanger en begrenzer ben ik nu zelf toe aan opvang en begrenzing. Ik ben enorm veranderd. Ik ben onzeker geworden, en niemand kan op mij bouwen zoals vroeger. De kenmerken die vroeger volslagen normaal bij mij hoorden, horen niet meer bij mij. Afspraken zijn met mij niet meer te maken. Daarnaast is ons inkomen enorm gezakt, mijn humeur is aangetast en ik ben allesbehalve gemakkelijk meer in de omgang. Soms heb ik last van zelfmeelij, en donkere gedachten over het heden en de toekomst. Ik vind er gewoon geen klote meer aan.

Soms lukt het me om daardoorheen te kijken, maar lang niet altijd. Wil ik zo eigenlijk wel verder? Alle gekheid op een stokje, al deze gedachten passeren in mijn geest. Waardeloos is dat.

Nu zit ik dus hier en kan niet slapen. Ondanks al mijn medicatie. Meisje dacht toen ik naar de huiskamer kwam, hé, die gaat met me naar buiten. Neen dus, dat doet ie niet. Inmiddels slaapt ze wel weer lekker op de bank.

Els kwam net slaperig kijken hoe ik het maakte. Heb er lekker teruggestuurd naar bed. Wil haar ook niet wakker maken. Els ziet mijn worsteling natuurlijk ook met lede ogen aan. Ik weet het echt niet meer. Dat is ook de reden waarom ik niet meer schrijf. Ik viel in herhaling, en niet een keer, maar tal loze keren en dat kan ik zelf ook niet aprecieren als ik dat soort stukjes tegenkom.

Ik ga zometeen toch maar weer een poging wagen, en kan dan in ieder geval tegen Els zeggen dat ik weer een poging gewaagd heb.

Waar ik overigens vandaag aan twijfelde was het volgende. Ik zag op de verjaardagskalender dat mijn nog in leven zijnde broer en schoonzus in Limburg vandaag 40 jaar geleden getrouwd zijn. Heb even gedacht zal ik even bellen om hen te feliciteren, maar toen ze twaalf en een half jaar, vijfentwintig jaar getrouwd waren heb ik ook nooit een uitnodiging ontvangen voor de feestelijkheden, waarom zou ik dan nu de moeite nemen? Een rot gedachte dus, maar toch heb ik niet gebeld. We zijn griezelig uit elkaar gegroeid. Ik ben benieuwd of dit nog tegen me gebruikt gaat worden dit gebrek aan interesse, maar als het zo is, dan is het zo. Nee hoor ik ga geen verhaal schrijven over alle gebeurtenissen die ertoe geleid hebben dat het gegroeid is tot de huidige situatie. Het is helaas zo. Kortom ook de familierelaties lopen niet over rozen.

Ik ga dit toch wel langer geworden stuk dan ik gedacht had beëindigen. Meestal heb ik de dag erna namelijk enorm last van mijn nachtelijke escapades. Ik moet maar weer proberen of een paar uur slaap alsnog willen lukken. Tot zover.

donderdag 10 augustus 2017

Krentenbollen.


Hele verhalen kan ik schrijven over dit nederige broodje.
Jeroen is er verzot op.
Krentenbollen met dik roomboter en suiker belegd.
Dan denkt hij weemoedig aan vroeger
Zo, met zijn ouders naar Frankrijk.
Naar zijn zus en de autoreizen.
Dan namen zij deze lekkernij mee, zo vertelde hij me, met weemoedige ogen.
Dus smeerde hij deze met voorpret wanneer we ons gereed maakten zuidwaarts te gaan.
Alleen ik heb zo mijn eigen smaak.
Krentenbollen met roomboter. marmiet en kaas en daarop fijngesneden lente-ui.
Tja.
Vroeger was de weg erheen veel langer.
Héh?
Ja, want er waarom vele speldbochten in de bergen naar het zuiden.
Deze zijn bijna allemaal rechter gemaakt en de rotondes rezen de pan uit.
We waren dus veel sneller op de plek van onze bestemming en de krentenbollen waren nog niet op.
De kids van zijn zus waren besmet met 't krentenbol virus en als een stelletje gieren doken zij op die bollen en spogen deze met een walgelijke blik uit hun ogen weer uit.
Een pijnlijke les dat iedereen zo zijn eigen smaak heeft.