Enkele vlokjes, dwarrelend, aarzelend schijnbaar bang de grond te raken dansen in de ijle januarilucht als een wilde vlindervlucht tussen takken, over daken voor het nog onbekende beducht.
Maar dra komen ze met velen doelbewuster, vastberaden om van bossen, velden, daken onze dromen, ons ontwaken van ons denken, onze daden een breughelschilderij te maken.
In een stille, haast heilige nacht wordt het landschap in wit gehuld onder een zware asgrauwe lucht ontwaakt verbaasd het stille gehucht en wordt een winterdroom vervuld geruisloos, zonder enig gerucht.
Verwondering en bewondering kindergejoel en klappertanden op een maagdelijk wit tapijt. Rode neuzen, koude handen warme harten, hechte banden koning winter, groot jolijt!
Geen opmerkingen:
Een reactie posten