Posts tonen met het label SKVR. Alle posts tonen
Posts tonen met het label SKVR. Alle posts tonen

woensdag 25 oktober 2017

Ditjes en Datjes


Gisteren zijn we naar een van de cardiologen van het EMC geweest om de pacemaker te controleren.
Hoorde weer allerlei nieuwe termen door de lucht gegooid worden.
Omdat het apparaatje uit de USA komt zijn alle termen dus in het Amerikaans.
Er werden dus metingen verricht waar wij niets van snapten.
Als de dokter en zijn liefelijke assistente het maar begrijpen is alles in orde.
En ook de pacemaker kreeg het fiat van hen
Blij verlieten wij het gebouw.
Nu wachten op de oproep voor de volgende opname.
Ableren heet deze ingreep en zoek dit maar op in Google.
Verder maak ik me klaar om naar de tandtechnische man te gaan.
Hij gaat alles bijstellen zodat het nog beter past.
Ik ben door dit alles wel 5 kg afgevallen.
Niet slecht dus.
Alles is bijna bij elkaar gezocht om vanavond naar de SKVR te gaan om verder te experimenteren.
Het gaat niet slecht dus met mij.
Met Jeroen?

Die is met diverse apparaten aan het stoeien en die zijn stront eigenwijs. Alleen die ellendige wachtwoorden al. 

zondag 8 oktober 2017

Ik ga verder


Gemaakt met zwart en gekleurd charcoal chunck, schildersafplakband.

maandag 2 oktober 2017

Druk, druk en nog eens druk.


Van alles te regelen
Afspraken maken en verzetten.
Proberen mijn 1ste resultaten van de SKVR te verhuizen van mobiel naar pc.
Dat had heel wat voeten in de aarde.
Maar Jeroen heeft het gevonden.
Na zijn slapen laat hij het me zien en dan schrijf ik alles op in mijn instructieboekje.
Nu zien jullie het eerste resultaat.
AS maandag gaat hij naar het Erasmus om een pacemaker in zijn goddelijk lijf te laten planten.
Dus was hij er vandaag al een paar uur voor de voorbereidingen.
Er is hem verteld wat er te wachten staat.
Dan is hij een tijdlang gehandicapt want hij mag een aantal weken zijn linkerarm niet bewegen.
Dus zuster Els staat in de startblokken.
Hij mag dus ook niet op zijn skoot rijden.
Meisje uitlaten
Boodschappen halen.
Douchen, aankleden en uitkleden; hijg, hijg.
Dus dat ook niet.

Zucht

donderdag 21 september 2017

Het is begonnen.


Daar zat ik nu in het klaslokaal.
Was een beetje laat en werd gemist.
De opdracht lag al op tafel.
Mijn mede cursusgenoten waren al aan het zoeken.
Het is een klein clubje.
Gelukkig waren de aanmeldingen om aan deze cursus mee te doen groter dan ik ooit heb meegemaakt.
Wij zijn nu met z'n drieën.
De opdracht bevalt me.
Per slot van rekening gaan we er de komende 3 maanden hier mee aan de stoei.
Het is een mooie tekst,
van een zéér beroemde Belg.
Jacques Brel.
De song is: Mijn vlakke land.


Mijn vlakke land

zondag 27 augustus 2017

Dubbele gedachten.


Gisterenmorgen.
Maakte ik me klaar om naar de winkel te gaan.
We ontvingen een tekst met een droevige mededeling.
Onze kledingkoning Jaap is naar Jeshua gegaan zoals ze het zelf omschrijven.
We kennen elkaar al 25 jaar en hij maakt me al 25 jaar mooi en apart.
Lieten ons merken dat de God die zij vereren een grote plek in hun leven heeft maar lieten ons ook in onze eigen waarde.
Hij stond op de markt.
Ik zie hem staan.
Buikje en al met baardje en een fout staartje.
Alles ziende want het kon behoorlijk druk zijn, zo geliefd was hij.
We zullen hem missen.
Na het werk kleedde ik me met zorg aan, zoals gebruikelijk met kleding van Jaap.
We hadden een uitnodiging gehad voor de opening van een expositie van Nico Scherpenzeel
Mijn leraar op de SKVR
We waren helaas net te laat voor de officiële opening.
Zijn materiaal keuze zou de mijne kunnen zijn.
Duidelijk is dat ik de beginneling en hij de meester is.
Dit inspireert me om verder te gaan.
Ik heb nog heel veel te leren.
Zijn expositie is in de galerie Kralingen te Rotterdam
Je kunt het Googelen of op Facebook zoeken onder zijn naam, als je belangstelling heb.
Vandaar die dubbele gedachten.



vrijdag 16 juni 2017

Reclame



Denken jullie dat ik bovenstaand schilderij zomaar uit de losse pols creëerde?
Niet dus.
Jaren lang loop ik onder de bezielende leiding van de docent Nico Scherpenzeel mijn kunstenaarschap te verbeteren.
Hij benadrukt wat er goed is in mijn werkstukken
Laat ons allemaal experimenteren met de door ons gekozen medium.
Geeft ons een opdracht in de vorm van een gedicht, lied of tekst om de komende 3 maanden mee te worstelen.
Was een keertje ziek en de vervanger was eerst even stil want we gingen allemaal onze eigen weg en zaten niet te wachten op de een of ander opdracht.
Wij zijn een stelletje anarchisten.
Dus, voel je je aangesproken?
Op 10 september is er een open dag.
Kijk op de site of kom binnen.


zondag 11 juni 2017

Gemakkelijk

AS woensdag, de laatste cursusdag van het seizoen.
Wordt leuk: hapje en drankje, de ezels staan in een cirkel.
Gezamenlijk schilderen.
Eerst op een doek daarna doorschuiven naar je buur en verdergaan met zijn deel dit doen we allemaal
Dit is voor mij het laatst gedaan in 2011 en Jeroen was de fotograaf.
De foto's staan nu op de harde externe schijf en ik beloofde R. deze naar hem te mailen.
Foto's op de schijf gevonden
Ging naar mijn mail bestand en prompt herkende hij mij niet meer.
Zochten toen naar mijn wachtwoord en wat heb ik er veel,
Vond er een maar het bestand was leeg.
Later toch gevonden.
De map van SKVR 2011 is toch heel erg groot en dus is er de vraag hoe deze in de mail te proppen.
Jeroen dacht dit bestand staat toch op Facebook.
Helaas, deze bewaart alles tot 5 jaar geleden.
We hebben nu de keuze
Of alles in delen te versturen of een nieuw FB map te plaatsen en hem een link te mailen.
WE beraden ons verder.
Allen schilderden we niet op doeken maar op een hele grote muur.



zondag 15 januari 2017

Voorwerk.

Hier zit ik nu met vieze vingers.
Oude oefenpapier is gescheurd en weer opgelijmd in het kader van hergebruik en onverwachte effecten.
Ik ben gek op hergebruik en bewaar alles wat er maar te bewaren valt.
Het figuurtje hierboven bevat bijvoorbeeld een deel van een getekende mandala.
Daarnaast heb ik weer karton gebruikt dat ik in kleine delen een inkeping gemaakt en die uitgescheurd.
Een klein beetje houtskool en duck tape..
Kreeg het regelmatig aan de stok met de flesjes lijm waarvan de punt dus opdroogde, het nietapparaat ging niet zoals ik wilde dus gebruikt ik nu dubbelzijdig plakband dat ikzelf maak met die tape.

Dan denk ik dus: ik worstel en kom boven.

dinsdag 10 januari 2017

zondag 8 januari 2017

Eigen Werk


Gemaakt onder leiding van Nico
Leraar bij de SKVR
Knipwerk.
Materiaal" Behang.

maandag 24 oktober 2016

Eigen werk


Toen ik nog in de groep van Nico Kervezee zat
Bij de thema's "Het Experiment".
Ontvingen we opdracht, niet wat we verwachtten
Van bloemen, mensen en vergezichten
Maar gedichten of korrelige foto's waren de basis voor onze experimenten.
Bij deze was de opdracht, denk aan herinneringen en mijn verleden.
De getallen hierboven zijn een uitgestrekt stamboom van mijn familie. Het zijn de geboorte data vanaf mijn ouders tot aan het moment waarop ik met dit werkstuk stoeide.
Voor de lijnen heb ik gewerkt met de kalligrafie van het word programma.
Er staat steeds in herhaling;
Wat kan ik doen, kan ik wat doen enz..
Dit is niet de laatste versie.
Die komt nog.

donderdag 18 augustus 2016

Ik ga weer naar school


Zwervend door het aanbod cursussen van de SKVR in Rotterdam kwam ik een leuke cursus tegen.
Ik haalde Roen erbij en wij beiden waren we het erover eens
Dit is iets voor jou.
We kennen de leraar en ik heb al eens de Cursus "Experimenten" van hem gevolgd.
Ditmaal gaat het over werken met gevonden materialen en de werken zijn nu abstract.
Het begint 21 september en ik kan eigenlijk niet wachten.
Wordt absoluut vervolgd.

zaterdag 16 juli 2016

Eigen Werk


Gemaakt tijdens mijn SKVR periode
Thema: Sporen.
Wreef de handpalmen van mijn lief in met verf en die zwerfden over het papier
Daarna was het "wolken kijken" of wat zie ik in deze vlekken
Vervolgens ging ik mijn bergen tekenen, plaatje plakken en kijken waar mijn handen zich lieten leiden.
Dit is het resultaat.
Later bedacht ik me, dit zijn de zonen van mijn broer.
De ene is een mensenmanager en de ander een einzelgänger die stiekem wil spelen.

zondag 25 januari 2015

Trein, beer en passagier.


Een aantal Jaren geleden volgde ik bij de SKVR een serie workshops gegeven door Nico Kervesee. Het heette “het experiment”. Ik kan me de eerste lessen nog goed herinneren. Om deze cursus te volgen werd niet vereist dat je een vooropleiding had genoten. Dus kwamen de basis oefeningen aan bod. Een van die oefeningen hield in dat er een aantal voorwerpen uit de kast moest worden getoverd en dat deze in een compositie te zetten en met houtskool uit te werken. Dat werd geweldig leuk worsteling. Daarna werden onze werkstukken neergelegd en alles besproken. Hij is een man van weinig woorden herinner ik me, maar hij liep daarna weg met de verzuchting dat we in ieder geval konden tekenen. De tekening hierboven is er een souvenir van. Wat heb ik toch veel van die man geleerd. 

zaterdag 25 oktober 2014

Doodlopers


‘No sport’ was het antwoord dat Winston Churchill gaf op de vraag hoe hij zoveel had kunnen doen in zijn leven: schrijven, minister en minister-presidentschap, journalistiek, kunstschilderen, noem maar op. Hij bedoelde ongetwijfeld dat hij geen kostbare tijd vermorst had aan nutteloos tijdverdrijf. Een wijs man!
Maar zijn goede voorbeeld lijkt vergeten. In Nederland heeft de hardloopgekte epidemische vormen aangenomen. Je kan geen park of bos ingaan of je wordt onder de voet gelopen door hordes, in belachelijke, kakelbonte kleding gestoken ‘hardlopers’, hardlopers tussen aanhalingstekens want hard gaan ze allerminst, meestentijds versperren zij de weg door gezamenlijk potsierlijke gymnastiekoefeningen te doen.
In de stad is het al niet veel beter. Op de dag van de marathon is Rotterdam zowat platgelegd. Andere grote marathonsteden idem. Hardlopen is een stompzinnig tijdverdrijf. Er is geen kennis, tactiek of vaardigheid voor vereist zoals bij schaken, tennis of voetbal; ieder paard, kameel of straathond kan beter hardlopen dan de beste atleet. Intussen worden hele huishoudens geterroriseerd door een vader of moeder die de marathon een keer wil uitlopen.
De televisie laat zich niet onbetuigd. Op 12 oktober liet het programma ’Focus’ een maniak zien - Michael Dorgan - die in acht dagen van Londen naar Brussel liep. Meer dan een marathon per dag. Na 17 km had hij al een knieblessure maar hij zette door en haalde Londen uiteindelijk, volkomen uitgeput, met twéé knieblessures. (Als het allemaal echt gebeurd is, natuurlijk.) En voor zulke waanzin zou je respect moeten hebben…
Op zondag 19 oktober deed het tv-programma ‘De kennis van nu’ ook een duit in het zakje. In het kader van een onderzoek deed wetenschapsjournalist Diederik Jekel mee met de marathon van Amsterdam. Diederik heeft een overgewicht van zo’n dertig kg, rookt, drinkt, heeft suikerziekte en een ‘schijthekel’ aan hardlopen. Je kan dus rustig masochisme aan zijn lijstje toevoegen. Het programma liet zien hoe hij zich in vier maanden voorbereidde op de beproeving. We zien hem, met dat onhandige lijf, waggelend, hompelend, steunend en kreunend trainen. Ter voorbereiding loopt hij een aantal kortere wedstrijden. Steeds is hij bij de finish kapot en uit hij zijn weerzin luid en duidelijk. Wat er in hem gevaren is om door te gaan op die heilloze weg is een raadsel.
Uiteindelijk loopt hij de marathon van Amsterdam in 5 uur en 15 minuten, acht km per uur. Bij de finish ziet hij eruit als een lijk en kan hij niet stilstaan vanwege continue spierkrampen. Al die moeite om nauwelijks sneller te zijn dan een pittige wandelaar. Misschien dat hij is afgevallen maar dat was met het blote oog niet waarneembaar. In het veen kijkt men niet op een turfje. 

Te vaak en te veel hardlopen verkort de levensverwachting. Dat stellen Amerikaanse artsen van het Cardiovascular Research Institute in Allentown deze week op het jaarlijkse congres van het American College of Cardiology.
Goeie argumenten zijn kennelijk niet afdoende om deze collectieve krankzinnigheid te stoppen.
Churchill is negentig jaar geworden, zonder sport maar met sigaren en whisky.

Laaglander





zondag 15 december 2013

Sophie leert vliegen

Toen Sophie die morgen de kliko buiten zette gebeurde er iets wonderlijks. Op de hoek van de straat zag ze tegelijkertijd aan de ene kant haar ex Rob aan komen lopen en aan de andere kant haar zoon Daniël. Dat kon geen toeval zijn, dat moest een bijzondere betekenis hebben: ze moest nu ingrijpen want ze waren allebei goed de weg kwijt.
Rob had na zijn pensionering – hij was beleidsambtenaar bij de gemeente Vlaardingen geweest – een baantje als postbode aangenomen, voor een paar uur in de week en Daniël was voortijdig met zijn opleiding gestopt en vuilnisman geworden. Dat zat Sophie helemaal niet lekker. Haar oudste dochter  was zonder problemen dokter geworden en met een internist getrouwd. Maar Daniël strompelde van de ene mislukking naar de andere terwijl ze wist dat hij een IQ van 130 had. Hij had het slecht naar zijn zin gehad op school. Blowen, feesten en graffiti spuiten, daar had hij schik in maar studeren, ho maar. Van alles geprobeerd met hem maar hij wilde niet deugen. Toen hadden Sophie en Rob hun handen van hem afgetrokken. Het houdt ook een keer op. Maar uitgerekend vuilnisman worden was om te pesten. Daar was Sophie zeker van en daar nam ze geen genoegen mee, maar het lukte haar niet om dat met hem te bespreken.
Hij was op zijn achttiende zelfstandig gaan wonen en dat vond Rob kennelijk een goed moment om er met zijn vriendin vandoor te gaan. Van het ene moment op het andere zat Sophie alleen thuis met de poes.
Ze had gedroomd, die nacht, van ‘haar’ mannen. Op een rots in de bergen zaten ze te schaken. Ze riep van een afstand naar hen maar ze reageerden niet, verdiept in hun spel, elk een flesje bier binnen handbereik. Voordat de droom teneinde was had poes Barbara haar gewekt door in haar oor te likken.
Dat was ook zoiets. Vroeger tolereerde ze geen dier in de slaapkamer maar nu was ze blij met haar gezelschap.
Toen ze de vuilniswagen hoorde aankomen had ze snel een joggingpak  aangetrokken en de kliko naar buiten gereden. Uit haar ooghoek zag ze Barbara achter zich om de tuin uitlopen.
Daniël was aan het dollen met een kleinere collega. Hij tilde hem met één arm van de grond en maakte een beweging of hij hem de vuilniswagen in zou smijten. Op de auto stond: Hoe langer je leeft hoe korter het duurt . Toen zag hij  z’n moeder. ‘Ha, die ma’, zei hij.
  ‘Dag jongen’, zei ze zuinigjes. ‘je hebt gelukkig plezier in je werk, of in elk geval tijdens je werk.’
Intussen was Barbara, opgejaagd door de Jack Russell van de buurman, de berk in gevlucht. Daniël klom op een kliko en pakte haar eruit. Ze kende Daniël, ze liet zich pakken. ‘Asjeblieft ma, je poezenkind.’
Intussen was Rob erbij gekomen. ‘Goeiemorgen, wat een onverwachte huiselijkheid’, zei hij.
  ‘Dat komt heel goed uit’, zei Sophie,’want ik moet jullie allebei spreken.’
  ‘Dat gaat echt niet, ik moet de wagen bijhouden. Ik kan m’n collega’s toch niet in de steek laten.’
  ‘Ik ook niet hoor’, zei Rob, ‘ik ga door.’
  ‘Jij blijft hier, jij kan best even blijven, jij deelt toch je eigen tijd in.’
  ‘Ja, maar ik heb nog meer te doen vandaag, ik wil opschieten.’
  ‘Lamlul, voor die del heb je altijd tijd zat, maar voor de moeder van je kinderen nooit. Wat ben je toch een mispunt.’
  ‘Gedraag je een beetje op straat’, zei Rob,’ ik schaam me dood.’
  ‘Ja, de mooie meneer uithangen, hè, dat kan je. Jij hebt meer dan genoeg om je voor te schamen! Hier, pak aan.’ Pats: ze gaf hem een draai om z’n oren die klonk als een klok. Daarna beende ze met een kop als vuur naar binnen. Ze trilde van boosheid en gêne. Ze kreeg geen lucht meer: een aanval van hyperventilatie. Ze moest iets hebben. Er stond nog een fles met een staartje wijn. Samen met een oxazepammetje klokte ze het naar binnen. Dat voelde goed. Beter. Nu nog een sigaretje en even zitten. Het was niet fraai, de scène die ze daarnet had opgevoerd. Ze begon te huilen. Ach wat, ze kunnen de tering krijgen. Iedereen kan de tering krijgen. Niemand trekt zich iets van mij aan. Daar ben je dan zestig voor geworden. Hoe langer je leeft, hoe korter het duurt, inderdaad. Was ik maar dood.
Sophie drukte haar sigaret uit en strekte zich uit op de bank. Ze voelde de tranen langs haar gezicht en zout smakend haar keel inlopen. Toen ze lag kwam Barbara haar een kopje geven om te troosten. Even later sliep ze.
De droom van de afgelopen nacht ging verder.
Rob en Daniël zaten te schaken op een gevaarlijke richel. Ik moet ze helpen, dacht Sophie. Ze hebben niet in de gaten hoe gammel ze daar zitten. Gelukkig, een ladder. Ze zette de ladder tegen de rots en klom erop, maar de ladder was te kort. Het werd donker en ging onweren. Het bliksemde zo dat het leek of het licht aanging. De donder maakte vreemde geluiden. O jee, hoe moet dat nou met m’n jongens, droomde Sophie verder. Eindelijk leken ze zich bewust te worden van hun hachelijke positie. Zonder Sophie op te merkten sprongen ze allebei van de rots en vlogen met rustige slagen van hun enorme vleugels weg, zonder een spoor achter te laten. Dit moet een droom zijn, dacht Sophie en meteen was ze wakker. Wat zou het betekenen? Ik heb het gevonden. Ik moet ze loslaten. Ze hebben mij geen van beide nog nodig en ik hen niet.
Ze sliep opnieuw in. Ze was weer in de bergen en ze viel in een ravijn. Ze viel en ze viel maar, er kwam geen eind aan. Zo vallen is eigenlijk net vliegen, ik vlieg. Ik kan vliegen! Sophie was niet langer bang en vloog zonder moeite haar ravijn uit.

Laaglander




zondag 1 december 2013

Truus en ik


Ik ben een paar uur geleden geboren en moet al aan het werk. Mijn moeder Truus is fotomodel. Dus voor haar is het enigszins logisch dat ze poseert maar wat mij betreft: je reinste kinderarbeid en uitbuiting.
Vanmorgen zat ik nog heerlijk in mijn moeders buik. Het werd een beetje krap dus het was logisch dat ik er uit moest, maar wat een avontuur:de tunnel door naar het licht; het heeft me aangegrepen. Wat een natuurgeweld! En een chaos waarin ik terecht kwam! Ik werd aan mijn nek de wereld ingetrokken door een grote man met een bloederig schort. Een slager, denk ik. Hij legde me bovenop Truus, die huilde en lachte tegelijk. Ik moest vreselijk huilen. Dat had ik nog nooit gedaan maar het ging me goed af. Ik werd lekker in bad gestopt, daarna kreeg ik kleren aan. Allemaal nieuw en onbekend. Toen mocht ik weer bij Truus liggen, die kende ik al. Ze huilde niet meer, ze was blij en moe, net als ik. Ik heb kennis gemaakt met een zekere Gijs, die mijn vader dus wel zal zijn. Hij begon al snel over de foto. 'Ik heb een opdracht aangenomen voor een foto in een medisch boek. Een moeder met pasgeboren zuigeling. Jij dus. Het is voor een leerboek voor vroedvrouwen.'
  'Lekker ben jij zeg, had je me dat niet kunnen vragen. Ik heb nu geen zin hoor, eerst slapen en rusten.'
  'Nee', zei Gijs.’ Ik kon het niet vragen want ik heb die opdracht net gekregen. Het is een buitenkansje. Het moet nu. Het moet lijken of je net bevallen bent. Hè, toe nou. We verdienen er mee, dat is ook in jouw belang.'
  ‘Godsamme, jij bent ook een mooie zeg!… Nou ja, vooruit dan maar', zei Els toen.
Gijs had de eettafel bedekt met een wit laken. Daar op moest Truus naakt op haar rug 
gaan liggen met mij, ook naakt op haar uitgelubberde buik. Gijs frommelde een stuk touw
tussen ons in bij wijze van navelstreng.  Aan mij werd uiteraard helemaal niets gevraagd.
Ik ben maar niet gaan brullen, al was mijn hart er goed voor. Anders had het allemaal
nog langer geduurd.
Het resultaat: mijn eerste professionele naaktfoto.

Laaglander


maandag 18 november 2013

Oponthoud in het nooddorp

Een verbeterde versie van een verhaal
Schoolzwemmen begon vóór de andere lessen. Om het overdekte zwembad te bereiken moest ik in het vale ochtendlicht langs het ‘Brabantse dorp’, een buurtje lage, armoedige noodwoningen.
Een schrale wind blies door lege, boomloze straten, op de achtergrond heien, de hartslag van Rotterdam; de bouwvakkers begonnen vroeg. Vanaf een steiger klonk uit een knerpende transistorradio Chuck Berry’s School days.
Op vier veilingkisten stond een bejaarde Chevrolet Impala zonder wielen. In de lange schaduw ervan lag een grote gevlekte hond met een kale staart op een bot te knagen. Toen ik langs kwam keek hij met één leep oog op en gromde zachtjes. Ik ging snel naar de overkant. Ik wil je bot niet! Mensen waren op dit vroege uur niet te bekennen op straat.
Na de zwemles liep ik met mijn klasgenoten naar school. Met mijn natte haar in de wind kreeg ik het koud. Toen het  ook nog begon te regenen besloten twee jongens en ik de kortste weg, dwars door het nooddorp te nemen.
Eenmaal op onbekend terrein kreeg ik een onbestemd gevoel in mijn buik. Het was niet alleen de honger, mijn ontbijt zat nog bij mijn zwemspullen in mijn pukkel, (Nooit zwemmen met een volle maag.) nee zo’n vage misselijkheid die via je middenrif naar je keel gaat en je benauwd. Misschien hadden we niet door het dorp moeten gaan. Mijn metgezellen - Wim Boer, een mager scharminkel met flaporen en Frits Vermeulen, een vriendelijk blond jongetje - en ik gingen steeds sneller lopen.
Plotseling stond Nico, een jongen van een jaar of veertien voor mijn neus. Hij was uit een zijstraatje gekomen. Hij droeg een honkbaljack en een vetkuif, een sjekkie in zijn mond en hij rook zurig naar oud zweet. Ik kende hem wel. Hij was een paar maal blijven zitten en vorig jaar van school gestuurd. Waarom hij weg moest wist ik niet. Hij greep me bij m’n sjaal, spuugde zijn peuk tegen me aan, keek me met wijd open gesperde ogen aan en brulde: ’Jou moet ik net hebben, mannetje. Jìj heb me verajen, hè, klootzak.’ Ik rook zijn tabaksadem en voelde spetters speeksel op m’n wangen. Terwijl hij me vasthield gaf me een stomp tegen mijn hoofd en tegelijkertijd een knietje in m’n kruis. Door de klap zag ik sterretjes en de pijn van de schop trok als een elektrische schok door mijn onderlijf en maakte me misselijk. Ik zou hem nu tegen zijn schenen moeten schoppen, had mijn vader me geleerd, maar in plaats daarvan voelde mijn buik en benen warm en nat worden: ik stond in mijn broek te plassen.
  ‘Nee, echt niet, ik weet van niks, ik ken je geeneens’, piepte ik. Mijn kameraden gingen er als hazen vandoor. Toen hij uithaalde om me opnieuw een beuk te geven wist ik me los te trekken en ging op de loop. Ik rende het zijstraatje in, hij kwam me achterna.
Ik sloeg de hoek om en zag de gestrande Chevrolet. Ik dook onder de auto. Het stonk naar olie, benzine en hondenstront. Ik stootte mijn hoofd tegen de uitlaat. De Impala bewoog één adembenemend moment en lag toen weer stil. Mijn hart ging tekeer als een klopboor, tussen mijn gehijg door hoorde ik in de verte de scheepstoeter van een schip. Zat ìk maar op die boot!  De oude bastaard, die daar nog ergens rondscharrelde verried me met hysterisch geblaf.
Een ogenblik later verscheen het hoofd van mijn kwelgeest. ‘Ha, daar heb ik je, nou ben je goed de lul, ventje.’ Op handen en knieën kroop de grote jongen tussen de kisten door om mij te grijpen. Toen hij onder de wagen was, schoot ik eronderuit, in het voorbijgaan met opzet een kist meetrekkend. Met luid gekraak begaven de andere drie veilingkisten het en plofte de grote auto op mijn tegenstander.
Ik hoorde één gesmoorde kreet. Toen werd het oorverdovend stil. Ik bedacht me een honderdste seconde en rende toen, of de duivel me op de hielen zat, naar school. Huilend stormde ik de kamer van bovenmeester broeder Loyola - een Jezuïet, zoals meerdere leerkrachten - binnen. Het rook er naar toffeetabak en koffie.
‘Wat is er in ’s hemelsnaam aan de hand, jongeman, om zo maar mijn kamer binnen te denderen? Het wordt hoe langer hoe gekker, God geef me geduld.’
  ‘Ik, eh, Nico, onder auto’, snotterde ik.
  ‘Wat sta je te bazelen, wie is er aangereden? Ik heb niks gehoord’.
Met horten en stoten vertelde ik het hele verhaal, maar dat ik de auto expres op Nico had laten storten hield ik wijselijk voor me.
Hierop telefoneerde hij en al snel klonken de sirenes van ziekenauto en brandweerwagen. Mij stuurde hij naar huis. Ik had een bloedneus, een natte broek en kon niet stoppen met huilen, was ik even stil, begon ik opnieuw.
Later hoorde ik dat Nico van alles had gebroken en drie weken bewusteloos is geweest. Hij was een heel stuk geheugen kwijt.
Ik ben hem nog eens tegen gekomen, hij wachtte in een groepje op een busje van de sociale werkplaats. Hij had een lieve uitdrukking op zijn gezicht en hij groette iedereen vriendelijk die langskwam, ook mij, hij keek me even nadenkend aan: er is iets met die gozer, maar wat? 


Laaglander. 

donderdag 10 oktober 2013

En nu?


Ik zit hier nu achter mijn pc naast mijn lief. De foto’s van de dierentuin zijn uitgeschud vanuit mijn camera. De slechten zijn uitgezocht en weggezapt. Helaas, het waren er meer dan ik verwachtte. Ook is de cursus “Creatief schrijven” gedownload. Hoofdstuk 1 heb ik doorgeneusd.  Ook daarin wordt begin van het schrijven van een verhaal uitgelegd. Ik heb minstens 4 aanbevelingen ontvangen. Altijd gebeurt het wanneer ik uit meerdere dingen kan kiezen dat er een kleine kortsluiting volgt met de volgende wanhoopskreet; En Nu? Dat bekent gewoon dat ik alles moet sluiten, een uitnodigende blik naar onze viervoeter sturen en even wandelen. Dit is niet de eerste keer dat dit gebeurt. Ook bij de SKVR kregen we van Nico Kervezee: of een wazige print van een het werk van een kunstenaar, of een gedicht of deel van een tekst in onze handen geduwd met de opdracht: Maak dit je inspiratiebron. Dan ging ik wat krassen, kijken, praten, verf spreiden over een leeg blad en daarover nog een blad neerleggen en dit uit elkaar trekken. Dit geeft een apart effect. Zo ga ik les 1 ook aanpakken, maar in ieder geval gaat de radio muziek opvangen want wanneer er mensen praten op de achtergrond dan loopt het niet goed. 

dinsdag 21 mei 2013

SKVR

Snuffelend door mijn afbeeldingen kom ik weer bij de SKVR. Daar zat ik bij de groep “Het experiment” dat onder de bezielende leiding van Nico werd geleidt.. Hij gaf ons een thema en daar begon het geworstel. Dit vonden we een leuk gegeven en het had wat masochistisch. Waar beginnen we. Waarmee doe ik dit. Dit lijkt nergens op. Help ik kom er niet uit. He! Zo kan het ook. We waren een stel einzelgängers. Beeldend bezig zijn dat is wat ons verbond. Later kwam Roen erbij om dit alles te fotograferen. Het koste moeite en tijd voordat hij als niet schilder geaccepteerd werd. In al deze reportages die door beiden werden gemaakt zie je wanneer er een gezamenlijk werk werd gemaakt en en hoe we toch in staat bleken om samen iets unieks te maken. Nico zette alles op waar we mee moesten gaan werken. Of was er een heel groot vel tegen de muur of stonden er een aantal ezels klaar met papier erop. We kregen een thema en begonnen te schilderen terwijl we een glaasje wijn en lekkere hapjes te nuttigen. Na verloop van tijd stopten we en gingen verder schilderen bij de buurman/vrouw enz. Hoe meer glaasjes wijn hoe vrijer we werden. Ik heb hier altijd van genoten.