![]() |
Mink en Charlie |
Nu het winter wordt denk ik terug aan
twee winters geleden.
Januari 2011. De winter heeft
Siberische allure.
Ik laat hond Mink uit in het park. De
avond valt, evenals de sneeuw. Aan de
overkant van een brede sloot verschijnt een hond, die snel verdwijnt in de
sneeuwcoulissen. Mink rent achter hem aan. Ik vloek, ik schrik. Het dunne ijs
golft onder zijn gewicht. Als ie bijna aan de overkant is, zakt hij erdoor.
De hond komt er niet uit; bij elke
poging breekt het ijs voordat hij erop is.
Onbeholpen spartelt hij in zijn
ijskoude gevangenisje. Mink moet eruit en snel. Geen mens te zien. Waar is je
mobiele telefoon als je hem nodig hebt? Niet in m’n zak. Zonder hond thuis
komen is uitgesloten. Snowboots uit, jas uit. Door het dunne ijs heen de sloot
in. Ik zak meteen tot m’n borst in het water. Adembenemend. Dieper dan ik dacht en hoopte. Zo boven m’n macht kan ik het ijs voor me niet breken, daar is het
net te dik voor. Paniekerig zoek ik in het donker naar iets om mee te slaan.
Gelukkig, een stuk schoeiingspaal. Beuken met dat ding.
Zo maak ik wankele stap voor wankele
stap, wadend als menselijke ijsbreker een kanaal tot aan Mink. Hij is dolblij
als ie eruit is en stuitert driest door
de sneeuw; ik ben zelfs bang dat die gek het ijs weer op gaat. Ik ben minstens net
zo blij: ik juich inwendig. Uitwendig heb ik het koud. Kletsnat en verkleumd strompel/draaf
ik naar huis. Ik klop op het raam want ik krijg mijn versteende hand niet in
mijn zak om de sleutel te pakken. Mijn vrouw doet open. Praten kan ik niet.
Mijn gezicht is helemaal stijf. Ze helpt me uit de kleren. Toevallig staat er
een warm bad. Daarin begin ik hevig te beven. Mijn handen doen pijn van het
tintelen. Dochter Tamar brengt koffie. ‘Jij gaat door het vuur voor Mink hè’,
zegt ze. Dat is zo. Althans, door het ijs. Ik wil ook wodka. Daar heb ik recht
op want ik heb namelijk in de Wolga gelegen. Of wat scheelt het.
Laaglander
Geen opmerkingen:
Een reactie posten