maandag 30 december 2013

De Feestdagen Blues.

Alles is anders tijdens de feestdagen.
Je ziet de familie, allemaal tegelijk.
De tv zendt de gouden oudjes die we elk jaar weer zien
Soms in een nieuw jasje.
We blijven binnen zitten of verplicht wandelen
Soms bekruipt me dit gevoel
De Feestdagen blues
Dan ga ik naar mijn vriend YOU TUBE
Voor afleiding en plezier en vindt

http://youtu.be/zCe895fRny8

tevens hulde aan de kat. Dit zal mijn geliefde zoon wel aanspreken.
http://youtu.be/4tzhyfWHdLo 

zondag 29 december 2013

We zijn gefnuikt!


Hot en ik zijn beiden katholiek opgevoed. Een van de kleine schietgebeden die we beiden leerden was; Waartoe zijn we op aarde? We zijn op aarde om hier en het hiernamaals gelukkig te zijn. Oftewel, wanneer we netjes onze bordjes leeg eten, met twee woorden antwoorden, huiswerk maakten, hard werkten en dit alles getrouw deden dat al het goede in onze schoot zou worden geworpen. Wee ons wanneer we dus niet gelukkig waren dan was het: eigen schuld dikke bult. Nu is deze ziekte van Hot in onze schoot geworpen en hiervoor hebben we niet geleerd. Nu horen we dingen zoals “ziekte is een keuze”. Jakkie! We zijn gefnuikt! Hoe het verder gaat. We weten dit geen van beiden. We hebben veel geleerd nadat we ons jochie zijn kwijt geraakt maar het is toch altijd het grote onbekende. We leerden toen niet te ver in de toekomst te kijken. Is het teveel? Dan per dag. Is de dag te lang, dan per uur. Is die te lang dan per minuut. Dit gaat voorbij, ten goed of te kwade. Maar nu zijn we nog samen en ik ben niet van plan deze tijd te vernachelen door bang te zijn wat er komen gaat. Ik kan mijn tijd toch beter besteden. 

Terugkijken



Zoals gebruikelijk aan het einde van het jaar kijk je terug en ook een beetje vooruit.
Tijdens de ronde Sterrebos met Jesse raakten Rose en ik aan de praat over die gedachten.
Ik vertelde haar over het gesprek met Goran gisteren waarin hij vroeg heb je nog goede voornemens voor komend jaar?
Ik zei dat ik het voornemen heb om dag voor dag te kijken en te nemen.
Waarom?
Omdat als ik veel verder kijk ik groen en geel word van de zorgen.
Het is niet anders, anders word ik giga depressief.

Zo ook vanmorgen. Rose vroeg gisterenavond al of ik zin zou hebben om even naar Hoek van Holland te gaan met Jesse. Eigenlijk had ik helemaal geen zin of moed maar zei dit nog niet. Ik zei, laat ons even wachten om te kijken hoe ik me morgenochtend voel.
Vanmorgen hoorde en zag ik aan Rose dat ze na een dag in Utrecht en een dag in de Wereldwinkel flink last had van spierpijn en last van haar voeten dus was ik blij dat ze zelf niet naar HvH wilde. 
Wat me zorgen baart is dat ik na een kleine activiteit zo moe ben dat ik nergens meer zin of energie voor heb.
Ik zie mezelf groter en dikker dan ik ooit wilde en beweeg wel, maar niet voldoende.
Ik zie en hoor mezelf kortademig zijn terwijl ik inmiddels al 18 jaar gestopt ben met roken en altijd hyperactief was.
We hebben een museumjaarkaart, maar komen er bijna nooit.
We hebben een voordeelurenkaart voor de trein, maar halen 'm er meestal niet uit, de laatste jaren.
Er komt na een jaar ziekteverzuim een korting van 30% loonsverlaging aan, en zo nog veel meer, dus naar voren kijken maakt me nog grijzer dan ik al ben.
Het plezier wat ik altijd op mijn werk ervoer is weg, nu kan ik me helemaal niet meer verheugen op dat administratieve werk wat er voor me gevonden is. Het is puur een slaapverwekkend tijdverdrijf.
Beter dus om niet te ver naar voren te kijken en het bij de dag te houden.

Kortom daar zitten we dan in onze mooie luxueuze woning als een stel oude en krakkemikkige lieden die ons inkomen zienderogen achteruit zien gaan en steeds nuttelozer worden. Niet bepaald het vooruitzicht wat ik in petto had een tijd terug. Het enige wat we kunnen doen is accepteren. Maar doe ik dat met de pretoogjes die ik tot korte tijd geleden had, neen.

Nu is er gelukkig niemand die je daartoe verplicht maar samen depressief zijn is helemaal een en al ellende, dus dan maar zien te genieten van de kleine dingetjes die op onze weg komen.

Hot

zaterdag 28 december 2013

Rob’s kerstmis

Mijn carrière liep ten einde, de veranderingen in het gemeentehuis boeide me nog maar matig, voor zover ik ze kon volgen; ik keek reikhalzend uit naar mijn pensioen.
   Judith was gedetacheerd door een pr-bureau. Een vijfenveertigjarige, vrijgezelle, knappe, zwarte vrouw met een stralend humeur en een ongegeneerde harde schaterlach, die in mijn buik resoneerde en daar meteen het ‘vlindereffect’ veroorzaakte: Ik werd op staande voet verliefd op haar. Ze had al snel iets in de gaten en bleek het wel leuk te vinden. ‘Wat zit je steeds naar me te koekeloeren, heb ik iets van je aan’, met een blik vol plagerige flirterigheid. Ja, ze vond mij aantrekkelijk. Leuker dan mijn jongere collega’s met hun scoringsdrift, hun dikke pensen en hun foute grappen.
   Ik voelde mijn bloed bruisen, danste van binnen, kreeg oog voor mijn omgeving, alsof ik uit een halfslaap ontwaakte, alert en ad rem, wilde buiten straatmakers complimenteren met hun vakwerk, de schoonmaakster bedanken voor haar inzet; was liefdevol en vrolijk.
   Als kers op de taart vroeg Judith: ‘Jij doet toch aan hardlopen? Daar ben ik pas mee begonnen, ik weet eigenlijk niet hoe je dat moet aanpakken. Misschien doe ik het wel fout. Mag ik een keer gezellig met je mee?’
   Toen kon ik nog terug maar de roep van de natuur was veel te sterk. Dus ik zei: ‘oké.’ Ik vertelde mijn echtgenote Sophie dat ik met mijn broer Ben ging trainen en daarna bij hem eten, rat die ik was; ik was me al aan het indekken. Ben, pas gescheiden, was zelf niet vies geweest van een slippertje, wilde best voor een alibi zorgen, hij vond het lachen. Dat ik m’n  vijfendertigjarige relatie in gevaar bracht, daar dacht hij, geloof ik, niet over na.

Verliefde stelletjes, ijsverkopers, picknickers , honden, skaters, joggers, prikkelende barbecuegeur, muziek een lauw briesje en een voorjaarszonnetje; het Kralingse bos was één party.
   Toen we liepen bemerkte ik dat ze geen beginner was. Wat dat betekende liet me blozen als een bakvis. Ik zat in een achtbaan, de rit was begonnen, ik kon er niet meer uit.
   Ik dribbelde om haar heen en  praatte honderduit. Ze rook naar parfum, gemengd met een opwindende exotische lichaamsgeur. Toen ze na afloop voorstelde: ’Bij mij afpilzen?‘, was ik allang veranderd in een hijgerige reu. In haar flat liep dat biertje uit op meer biertjes om tenslotte uit te barsten in de vrijpartij die als dreigend onweer in de lucht had gehangen. Ik voelde me levend, sterk en jong; een puber van vierenzestig. Tegelijkertijd voelde ik me schuldig en dacht aan Sophie, dit kan helemaal niet, waar ben ik mee bezig? Maar ik stopte niet, mijn handelen ging voor mijn denken uit; ik had niets te willen, hormonen en feromonen hadden de leiding.
   Vanaf april hadden we een verhouding. Ik ging geregeld naar haar flat. Lange duurloop,  zakenreis, overwerk, noem maar op geen smakeloze smoes werd geschuwd. Sophie had wel ièts in de gaten; ze vond mijn goede humeur verdacht,  maar ze wist niet wat er precies aan de hand was. Ze werd steeds chagrijniger.
   In juli ging het niet meer, het bedrog en de uitvluchten. Ik wilde bij Judith zijn. Toen Daniël, onze jongste, op zichzelf ging wonen leek dat hèt moment om bij Sophie weg te gaan.
   Ik trok bij Judith in.
   Ik ging met pensioen en nam een deeltijdbaantje als postbode.
   In september ging Judith naar Suriname voor familiebezoek.
   Vanuit Suriname belde ze dat het uit was. Ze was haar oude liefde tegen het lijf gelopen, ze waren opnieuw verliefd geworden en besloten bij elkaar te blijven. Ze vond het lullig voor mij maar ik begreep het toch wel? Als er iemand was die zoiets begreep…’Ik ken hier een betrouwbare Bonuman, die zal ik een wintiritueel voor je laten doen, zodat je weer naar Sophie terug kan, want zeg nou zelf, met ons, dat ging toch niet, jij hoort bij Sophie!
Doe de huissleutel maar in de brievenbus’.
   Ik ben meteen vertrokken, dat leek mij het minst pijnlijk. Gelukkig had ik m’n broer. In zijn grote huis was ik welkom. Ik likte ik mijn wonden en zocht, met niet al te veel haast en enthousiasme, naar een eigen onderkomen. Als hij ’s avonds thuis was gingen we  hardlopen, na afloop eten, heel veel biertjes drinken en wauwelen over mijn situatie.
   ‘Ik ben eigenlijk blij dat ik weg ben’.
   ‘O ja? Maar anders wel een lekker wijf.’
   ‘Altijd visite, bleven vaak slapen ook, kwam ik ’s ochtends m’n bed uit, lag er weer een neef te slapen op de bank en altijd die pestmuziek, als het maar black was. Ouwe soul, reggae, hiphop, ze hield niet van blanke pop, zelfs niet van Prince en niet van country, redneck- kukluxklanmuziek zei ze dan. Het interieur: een schiettent, dat eten, eerst vond ik het wel lekker, maar altijd roti, pom met rijst of bruine bonen, het kwam me m’n neusgaten uit.’
  ‘Maar jìj kan toch goed koken.’
  ‘Jawel, maar ik mocht niet in haar keukentje, haar heiligdom komen… nou ja, ‘t mocht wel maar niet van harte, weetjewel. En boerenkool of zo hoefde ze niet. Ik heb het maar losgelaten. Ellenlange telefoongesprekken hé en keihard, met die stem, waar ik zo op gevallen was, in Sranan, natuurlijk’
   ‘Maar wel een lekker wijf, tjezus, wat een lekker wijf.’
   ‘Ja, dat dan weer wel, dat heb je goed gezien, Ben. En altijd dat gelul over winti.’
   ‘Winti?
   ‘Zwarte kunst, voodoo, weetjewel, ze zag overal geesten en duivels. Op het gemeentehuis was ze zakelijk en professioneel maar privé bijgelovig, al die mensen hoor. Jij thee? Nee, zeker‘, zei ik, terwijl ik een fles Johnnie Walker openschroefde. Klokklokklok op de ijsklontjes. Dat ging er wel in.
   ‘s Morgens een kater van belang.
   Nee, blij dat ik van die vrouw af was.

In december moest ik post bezorgen in mijn oude buurt. Ik kneep ‘m wel een beetje maar ik dacht dat Sophie wel aan het werk zou zijn - ze is  lerares Engels - maar nee en toevallig was Daniël daar ook, hij is vuilnisman. Het leek wel of het zo moest zijn. Sophie heeft  moeite met zijn beroep maar ik vind: liever een blije vuilnisman dan een depressieve academicus.
    Sophie wachtte me op; ze wilde praten. Dat overviel me, ik sloeg op de vlucht. Ze werd zo kwaad dat ze me een klap voor mijn harses verkocht. Ik vond haar verschrikkelijk aantrekkelijk, wat een temperament. Daar ben ik indertijd voor gevallen.
Zij ging naar binnen en ik sprak nog even met Daniël. Hij vertelde dat Sophie veel verdriet had, in behandeling was en tegen kerstmis opzag omdat dat vroeger zo gezellig was. ‘Ze hoopt nog steeds op je terugkomst hoor, had je niet gedacht hè, ouwe?’
   Nee, had ik niet gedacht. Het opende perspectieven. Je ben een opportunist of niet. Wat te doen, meteen terug gaan? Beter van niet, Sophie leek overstuur. Een berouwvolle mail van de ootmoedige reu, die met de staart tussen de benen en hangende pootjes terug wil, was misschien beter. Of een echte papieren brief met kerstkaart, nog beter. Ze was vroeger verrukt over mijn liefdesbrieven.

Sophie was door haar huisarts, waar ze voor slapeloosheidklachten naar toe was gegaan, verwezen naar een psycholoog. Daar vertelde ze het relaas van haar ontrouwe partner.
   ‘Er werd veel gescheiden in onze buurt en kennissenkring maar wij zeiden vaak tegen elkaar: “wij doen dat niet, wij praten, wij hebben een goeie relatie, wij zijn anders”, maar het is toch gebeurt. Het lijkt wel of dat mens hem betoverd heeft.’
   De therapeut - een knappe vrouw met indrukwekkende bruine ogen - had haar bij  de eerste sessie gevraagd na te denken over de vraag: ‘Wat zou je doen als Rob weer voor je deur staat?’ 
   
Toen Sophie Rob haar straat zag inlopen, nota bene tegelijk met Daniël, had ze daar een bijzondere betekenis aan toegekend. Maar hij was ervandoor gegaan. In eerste instantie was ze radeloos geweest, daarna had ze een inzichtgevende droom gehad waarin Rob en Daniël als engelen waren verschenen. Toen besefte dat ze zelf ze ook voor de vrijheid kon kiezen, haar lot in eigen handen nemen.

Wat ik die morgen van de vierentwintigste december op mijn mail las verbaasde en verheugde me; wat je noemt een blijde tijding:
   Lieve Rob, ik heb spijt dat ik je een klap heb gegeven

donderdag 26 december 2013

2de kerstdag.


Lekker lui
Kleinzoon voor een dag
Lekker eigenwijs ventje.
Weet alles van de wereld en omstreken
Wij denken dus “?”
Later van
“Dat gaat wel over”
Zijn zus was precies hetzelfde
Was ik dan vroeger ook zo?
Als troost kijk ik naar een leuke animatie filmpje
Over Santa Claus die jacht maakt op koekjes
Weer een suikerverslaafde op dees aardbodem.


woensdag 25 december 2013

Gelukkig Kerstfeest

Wij wensen iedereen een gelukkig Kerstfeest, Bonne Noël, Merry Christmas enz. Els, Hot, Jesse en de katten. 

dinsdag 24 december 2013

Mijn nummer 1

Mike Oldfield in 1973

Els heeft ook mij gevraagd naar mijn nummer 1 op muziek gebied.
Na stevig nadenken kom ik bij Mike Oldfield terecht.
Ik was toe ik in Nijmegen ging wonen, voor het eerst weg van mijn ouders kocht ik de complete box van hem.
Wat me zo beïndrukte was dat hij alle instrumenten zelf bespeelde en een van de stukken die ik helemaal grijs gedraaid heb op mijn oude dual pick up was Tubular Bells.
Later verscheen er ook nog een verbeterde versie maar persoonlijk vind ik de eerst uitvoering nog steeds de beste.
Mijn buren waren daar niet altijd even blij mee, want hard klonk het het beste uit mijn prachtige magnat boxen die ook al een hele tijd geleden door en door versleten zijn.
Wat je hier ziet is de live versie vlak nadat hij het stuk had uitgebracht in 1973. Ik heb vol verbazing zitten kijken want ook ik had het stuk nog nooit live gezien.
Geniet ervan.
Gegroet.

Hot

Mijn nummer 1

Toen hij nog Mink heette en een stuk knapper was
Ik heb veel lievelingsnummers. Mijn liefste lievelingsnummer is misschien wel 'The part you throw away' van Tom Waits maar dat moet persé in de live-versie vanwege de prachtige begeleiding. Ook heel mooi vind ik 'Heaven stood still'van Willy Deville. Daar zijn heel wat goede opnames van te vinden op you tube. Ik was een echte fan van Willy. Ik heb hem voor het eerst in de Doelen zien optreden toen hij zijn eerste hits had, in de new wave-punktijd 1978 of zo. Daarna heb ik hem nog bezocht in Utrecht, Ahoy, Rotown en het laatst in de nieuwe  Luxor, in het decor van Cats, die één avond niet optraden.  Hij liep toen met een stok. Hij had bij een verkeersongeluk zijn heup gebroken en dat kon niet goed behandeld worden. Ondanks zij evidente drugsverslaving gaf hij altijd een prima show waarbij hij altijd vrolijk met het publiek praatte. Hoe anders dan Lou Reed, Van Morrisson of Bob Dylan. Helemaal geen kapsones. Bekijk voor de aardigheid eens het interview met hem door een van de jakhalzen van de wereld draait door. Hij is uiteindelijk in 2009 op 58jarige leeftijd aan pancreaskanker overleden. Had waarschijnlijk niets met zijn druggebruik te maken. Zo veel aandacht het overlijden van Ramses Shaffy, Michael Jackson en Lou Reed kreeg, zo weinig Willy, terwijl hij echt een hele grote was, in mijn ogen. Ik beluister hem nog vaak met veel plezier. De studio-opname van Haeven stood stil is in Parijs gemaakt want hij wilde er een Franse sound bij. http://youtu.be/ioxeqbQCvMo



zondag 22 december 2013

Gesprek

©Anton Havelaar
Ringgg. Ik sta voor de deur en er wordt opengedaan. “ Heb je tijd?” “Ja”. “Hoe gaat het?” ”Ik baal want de kachel doet het niet goed en elke keer moet ik een monteur vragen.” “Zeuren, blijven zeuren totdat alles goed is. Trouwens. Je weet dat er op een aantal balkons lekkage is en ik ben hier en daar geweest en bij een aantal is het kitwerk niet wat het zou moeten zijn. Dus dacht ik om bij de volgende VvE vergadering erover te hebben om een kleine onderhoudsbeurt te laten uitvoeren”. “? Bij mij is er niets te zien dus waarom? Als het gaat lekken hoef ik toch alleen te bellen en dan wordt het gerepareerd?” “Nee dus. De flat is al 16 jaar oud en is het tijd voor een kleine revisie.”  “Ik snap dit niet. Toen ik hierheen verhuisde dacht ik dat een flat geen onderhoud nodig heeft.” “Misschien het beton niet maar tussen de verbindingen van balkon en flat zit kit en door de tijd heen bij regen, zon en vocht wordt dat slechter.” “Wat vreemd, ik wist dat niet.” “Trouwens, er komen toch aanpassingen bij jou en Riet om het vrijkomende vocht van de ketels via de standpijp af te voeren. Bij Riet is de pijp nog helemaal ingemetseld. Aan onze zijde is dit toch bij de vervanging van de standpijp los geboord. Is dat ook bij jou gebeurd?” “Dat weet ik niet.” “Echt niet?” “Nee, echt niet.” 

vrijdag 20 december 2013

Mijn nummer 1


Mijn Southern Bell heeft gereageerd op mijn oproep om haar nummer 1 te schrijven. Het is Bette Midler “Wind beneeth my wings” heet dit prachtige nummer. http://youtu.be/c9ZMDPf9hZw Op mijn vraag van het waarom kreeg ik een kort maar veelzeggend antwoord, “Het spreekt hoop uit. Dat er altijd iets of iemand is die je steunt en hoog houdt”. Beter kan het niet verwoord worden. Bedankt.