zaterdag 21 oktober 2017

Het geheime leven van een kerk.


Als ik langs een kerk loop huiver ik altijd een beetje en ben ik blij dat ik niet naar binnen hoef. In mijn jeugd betekende de kerk frustratie. Mijn ouders waren niet streng, maar de kerk, daar moesten we naartoe, elke zondag, goedschiks of kwaadschiks. Kinderen zijn meestal niet dol op wandelen en onze kerk was zeker een kwartier lopen want we zaten precies tussen twee parochies in. Ergerlijk was dat je op vijf minuten een protestantse kerk tegenkwam. Als we protestants waren geweest, had ik niet zo'n pokke-eind hoeven lopen. De mis zelf was ongelooflijk vervelend. En als je zondag wilde uitslapen was je automatisch gedoemd tot de hoogmis van 10:30 uur. Die duurde zeker anderhalf uur met gruwelijk gezang van het zusterkoor, versterkt met dames uit de parochie, en een lange preek; pastoors finest hour. Er waren om 8:00 uur en 9:00 uur missen van een halfuur met korte preek en zonder gezang, maar ja, veel te vroeg.
Vroeger struikelde je over kerken. Nu zijn de meesten afgebroken of veranderd in kinderdagverblijf, appartementengebouw of tapijtgigant.
De Breepleinkerk staat er nog maar wordt niet meer door gereformeerden gebruikt. Op zondag wordt hij gebruikt door de Pinkstergemeente en verder door koren en dergelijke, vanwege het kerkorgel.
Maar deze kerk heeft wel een roemrijk verleden. In de oorlog hebben daar drie joodse gezinnen haast drie jaar ondergedoken gezeten. Er is toen zelfs een kind geboren, Emile Kool, die nog leeft. Op momenten dat er publiek in de kerk was, moesten de onderduikers naar de zolders boven het orgel. De toegang tot die ruimtes was gecamoufleerd. Zo hebben ze overleeft. De geboorte van Emile werd begeleid door een oogarts, die in het verzet zat. De plaatselijke huisartsen durfde het niet aan, want hulp aan onderduikers werd met de dood bestraft. De koster is vlak voor de bevrijding gearresteerd, maar hij heeft niets losgelaten. Alle drie gezinnen hebben de oorlog overleefd.
Koster Jacobus de Mars, dominee Gerrit Brillenburg Wurth en oogarts Leo Lashley vonden het vanzelfsprekend wat zij gedaan hebben. ‘Het komt op je pad, dus je doet het.’
Dat soort bescheidenheid zie je bij echte helden.
Afgelopen juni is over die geschiedenis een boek verschenen van Anja Matser en er is een film in de maak.
In mijn leven ben ik die kerk talloze keren voorbij gelopen, niet wetend van zijn geheimen.
Wonderlijk. Voor mij betekende de kerk verveling, weerzin en frustratie, voor anderen de enige kans om te overleven.

Laaglander


Geen opmerkingen: